Diabetes armband: wat omstanders moeten weten als je een hypo hebt
In het kort
- Bij een ernstige hypo kun je soms niet meer uitleggen wat er aan de hand is. Een armband vertelt het dan voor je.
- Kan iemand met een hypo niet meer goed reageren, dan belt een omstander de huisarts of huisartsenpost; bij bewusteloosheid altijd 112.
- Zet op je noodprofiel dat je diabetes hebt, welke insuline, pomp of sensor je gebruikt, waar je druivensuiker of glucagon zit en wie gebeld moet worden.
- Vertel de mensen die je vaak ziet wat ze bij een hypo moeten doen. Een armband vervangt die uitleg niet.
Een diabetes armband is er voor het moment dat je zelf niet meer kunt zeggen wat er speelt. Bij een flinke hypo word je soms verward, reageer je traag of raak je bewusteloos. Een voorbijganger denkt dan al snel dat je dronken bent of onwel. Op je armband moet hij in een paar seconden kunnen zien dat je diabetes hebt, wat je gebruikt en wie hij moet bellen.
Thuisarts.nl noemt het zelf als tip: je kunt een ketting, armbandje of kaartje bij je dragen waarop staat dat je diabetes hebt. Hieronder lees je hoe je een hypo herkent, wat een omstander dan doet en welke noodgegevens je invult, of je nu type 1 of type 2 hebt.
Waarom is een armband bij diabetes nuttig?
Bij de meeste hypo's merk je het zelf op tijd en los je het zelf op. Het gaat om de keren dat dat niet lukt. Thuisarts noemt een aantal situaties waarin de kans op een ernstige hypo groter is, zoals een hypo niet voelen aankomen (hypo-unawareness), een sensor zonder alarm, een insulinepomp die te veel insuline geeft of veel alcohol zonder te controleren. Volgens Thuisarts heeft ongeveer 1 op de 5 mensen met diabetes type 1 last van hypo-unawareness.
Op zo'n moment weet de persoon naast je drie dingen niet: dat je diabetes hebt, dat je druivensuiker of glucagon bij je hebt, en wie je partner of ouder is. Juist die drie dingen kun je vooraf vastleggen.
Hoe herkent een omstander een hypo?
Een hypo betekent dat je bloedsuiker te laag is. Thuisarts noemt voor diabetes type 2 een waarde onder de 3,9 als te laag. Bekende klachten zijn:
- honger, zweten en trillen;
- duizeligheid en hartkloppingen;
- gapen, onrust of verwardheid;
- tintelingen in handen, voeten of lippen;
- wazig of dubbel zien en hoofdpijn;
- plotseling ander gedrag of een andere stemming.
Bij een ernstige hypo reageert iemand niet meer goed of raakt hij bewusteloos. Voor een omstander lijkt dat soms op iets heel anders. Daarom helpt het als op je armband of noodprofiel duidelijk staat dat je diabetes hebt.
Wat moet een omstander doen bij een hypo?
Thuisarts geeft deze stappen:
- Kun je nog zelf eten of drinken? Neem dan snelle suiker, ook als je twijfelt of het een hypo is. Bijvoorbeeld 6 suikerklontjes of 6 tabletten druivensuiker, of een glas lauw water met 2 eetlepels suiker. Eet daarna 2 boterhammen met zoet beleg.
- Reageer je niet meer goed? Dan belt iemand anders direct de huisarts of huisartsenspoedpost. Diegene kan een theelepel honing of stroop aan de binnenkant van je wang smeren, aan beide kanten. Heb je glucagon, dan kan diegene die spuiten of als neuspoeder geven.
- Ben je bewusteloos? Dan belt een omstander 112.
Bij diabetes type 1 is de Thuisarts-pagina over te hoge en te lage bloedsuiker duidelijk: bij bewusteloosheid eerst 112 bellen, daarna glucagon geven als neusspray of prik. Volg verder altijd de afspraken die je met je eigen diabetesteam hebt gemaakt, bijvoorbeeld over hoeveel druivensuiker je neemt.
Een omstander die je niet kent, gaat niet uit zichzelf in je tas zoeken naar glucagon. Als je noodprofiel zegt waar het zit, weet hij waar hij moet kijken. Of hij het durft te geven, is een tweede vraag. Daarom staat de uitleg aan je naasten hieronder apart.
Welke noodgegevens vul je in bij diabetes?
Schrijf voor iemand die niets van diabetes weet en weinig tijd heeft. Een goede indeling:
- Je aandoening. "Diabetes type 1, gebruik insuline" zegt meer dan alleen "diabetes".
- Je insuline of medicijnen, met naam en hoe je ze gebruikt: pen of pomp, en welke tabletten.
- Apparaten. Een insulinepomp of glucosesensor zet je onder speciale apparaten. Zo weet een hulpverlener dat het kastje aan je riem of het plakkertje op je arm erbij hoort.
- Waar je spullen zitten. Bijvoorbeeld: "Druivensuiker in mijn rechter jaszak, glucagon in het voorvak van mijn tas."
- Een korte instructie. "Verward of traag: geef suiker als ik kan slikken. Bewusteloos: bel 112."
- Andere aandoeningen en allergieën, zoals een hartaandoening of een allergie voor een medicijn.
- Contactpersonen. Je kunt er tot vijf invullen. Zet bovenaan wie het snelst bereikbaar is en weet wat te doen.
- Je diabetesteam of huisarts, voor als een hulpverlener wil overleggen.
Je bepaalt zelf wat zichtbaar is. Je diagnose, je medicijnen en de plek van je glucagon laat je open; daar heeft een omstander direct iets aan. Gegevens die alleen een arts nodig heeft, zoals verzekeringsgegevens, kun je afschermen met een wachtwoord (zie wie je gegevens kan zien). Meer over die afweging lees je in welke noodgegevens je invult.
Hoe werkt een ICESCAN-armband bij diabetes?
Een ICESCAN-armband heeft een NFC-chip en een QR-code en is herkenbaar aan de woorden HELP en SCAN ME. Wie je helpt, houdt een telefoon tegen de armband of scant de QR-code met de camera. In de browser opent je noodpagina met wat jij hebt ingevuld, en met knoppen om je contactpersonen met één tik te bellen.
Een paar dingen om te weten:
- Geen app nodig, niet voor jou en niet voor wie scant. Wel heeft de telefoon van wie scant internet nodig.
- Geen batterij. De armband is waterdicht, dus je houdt hem om bij het sporten, onder de douche en in het zwembad.
- Je past je gegevens zelf aan, bijvoorbeeld als je overstapt van pen naar pomp of een nieuwe dosis krijgt.
- Je krijgt geen melding als iemand je armband scant, en de armband deelt geen locatie. Het is een manier om informatie over te dragen, geen alarm.
- In het buitenland toont de noodpagina zich in het Nederlands, Engels of Spaans, afhankelijk van de taal van de telefoon die scant.
De armband is er in 19 cm en 16 cm. Draag je liever niets om je pols, dan kan een sleutelhanger aan je sleutelbos ook. Bedenk wel dat je sleutels niet altijd bij je zijn als je gaat sporten.
Wat vertel je de mensen om je heen?
Een armband helpt bij vreemden. Bij de mensen die je vaak ziet, werkt uitleg beter. Thuisarts adviseert om huisgenoten, collega's, familie en vrienden te vertellen dat je diabetes hebt en wat ze moeten doen bij een hypo. Voor type 1 noemt Thuisarts ook dat je je partner, huisgenoot of buren kunt uitleggen hoe ze glucagon gebruiken.
Praktisch:
- Laat zien waar je druivensuiker en glucagon bewaart.
- Vertel welke klachten zij bij jou als eerste zien. Dat is per persoon verschillend.
- Spreek af wanneer ze 112 bellen.
- Laat ze je noodpagina een keer scannen, zodat ze weten hoe die eruitziet.
Heeft je kind diabetes, vertel het dan ook op school, bij de sportclub en aan ouders van vriendjes. Een kinderarmband helpt op plekken waar niemand je kind kent, zoals op een schoolreisje of in een pretpark.
Veelgestelde vragen
Heb ik een armband nodig als ik diabetes type 2 heb?
Dat hangt af van je behandeling. Thuisarts noemt te veel insuline spuiten en medicijnen voor diabetes op het verkeerde moment innemen als oorzaken van een te lage bloedsuiker. Gebruik je insuline of medicijnen die een hypo kunnen geven, dan is het zinvol dat anderen weten dat je diabetes hebt. Vraag bij twijfel aan je huisarts of praktijkondersteuner of jouw medicijnen een hypo kunnen veroorzaken.
Moet ik mijn bloedsuikerwaarden op mijn noodprofiel zetten?
Nee, die veranderen de hele dag en een omstander kan er niets mee. Zet er liever op wat iemand moet doen en wat je gebruikt. Wat een hulpverlener wel helpt, is weten dat je een sensor draagt; dan kan hij of zij de waarde zelf bekijken als dat nodig is.
Ik heb mijn medische ID op mijn telefoon al ingesteld. Is een armband dan dubbel?
Het vult elkaar aan. Een medische ID op je telefoon werkt alleen als je telefoon bij je is, opgeladen is en de helper weet waar hij moet kijken. Een armband zit om je pols en valt meteen op. Zet op beide plekken dezelfde contactpersonen en pas ze samen aan als er iets verandert.
Hoe vaak moet ik mijn noodgegevens bijwerken?
Steeds als er iets verandert in je behandeling: een nieuwe insuline, een andere dosis, een pomp of sensor erbij, of een nieuw telefoonnummer van een contactpersoon. Kijk daarnaast een of twee keer per jaar of alles nog klopt, bijvoorbeeld rond je jaarcontrole.
Past bij dit artikel
Alle ICESCANs
Armband 19 cm
Volwassenen · zwart
Nu € 29,95
Normale prijs € 34,95
Armband 16 cm
Volwassenen · zwart
Nu € 29,95
Normale prijs € 34,95
Sleutelhanger
Aan je sleutelbos
Nu € 29,95
Normale prijs € 34,95Tijdelijk uitverkocht